Maartje Borghuis

'Tannlæknir' bij de tandarts

  Column
Foto:

Argh, spoedgevalletjes, wij tandartsen hebben er allemaal mee te maken. Mensen met heftige klachten die snel geholpen moeten worden.
Zo ook vakantiegangers, hoe vaak ik al niet een afgebroken tand heb moeten repareren die de glijbaan op de Kempervennen van dichtbij had gezien…

Ik heb zelf nog nooit tandpijn gehad (excuses hiervoor, het klinkt oneerlijk, ik weet het), dus ook niet op vakantie. Ik heb echter wel laatst voor het eerst een hulplijn ingeschakeld omdat ik behoorlijke pijn had in mijn nek.

Ik had voor het eerst in zes hele drukke maanden een welverdiende vakantie en ging met vriendlief naar IJsland. Gelukkig wilde hij de huurauto bestieren, dus ik keek al uit naar rustgevende ritjes met mooie vergezichten.

Totdat we erachter kwamen dat alleen de creditcard-houder mag rijden en ik daarom hoofdbestuurder moest worden. Vriendlief deed koffers sjouwen, prima geregeld.

Tandarts zijn is een belastend beroep, zowel fysiek als psychisch. Men zit de hele dag en als je niet op let ook nog eens in een zeer onhandige houding. Dus regelmatig rondlopen en op de ergonomie letten is belangrijk om je pensioen te halen.

Over de psychische belasting zal ik nog wel eens een andere column schrijven. Hoe dan ook, de laatste maanden is mijn rechterschouder wat gaan opspelen. Niet gek, ook niet heel heftig, maar het is een signaal om beter op te gaan letten.

En na een rit van 8 uur op één dag vond mijn lichaam het niet zo leuk meer. De IJslandse wegen zijn niet zo top en soms gaat de snelweg over in een gravelpad, je schakelt soms best een heleboel. Mijn rechterarm is al jaren een automaatje gewend, dus wellicht was dat de druppel.

Ik vond mezelf die avond appen'd met de fysiotherapeut die me recent een beetje gekraakt had. 'Help! Ik zit hier in IJsland met een brandende schouder en ik kan m'n hoofd niet naar rechts draaien, wat moet ik doen? Volgende week moet ik weer werken, dat gaat pijn doen!'.

Goddank kon ze me op afstand een beetje helpen, toen was ik weer even heel blij dat ik met zoveel fijne zorgverleners mag samenwerken. Diezelfde avond vroeg ik me ook af wat ik had gedaan als ik echte tándpijn had gekregen. Op IJsland spreken de tannlæknirs vast een goed woordje Engels en er zijn er 300 te vinden op het eiland, dat was denk ik wel gelukt. Maar in Frans in Frankrijk? Of Spaans in Spanje? Retour Nederland gok ik en naar een collega.

Mocht u op vakantie ook een hulplijn nodig hebben en u kunt geen tandarts vinden die u kunt verstaan: uw eigen tandarts kan u wellicht op afstand voldoende advies geven om de vakantie door te komen. Fijne zomer gewenst!

Maartje Borghuis

Meer berichten