Wet van Mohr


Foto:
Column Bart J.G. Bruijnen

Wet van Mohr

  Column

De rellen onlangs, iets verderop, waren toch iets minder romantisch dan een gemiddelde Disney-film het publiek voor zou schotelen. Er was ook niet ineens een recht-toe-recht-ane oud-ambtenaar (en inmiddels cursusleider voor de coaching van het monitoren tijdens trainingen) die met slechts een megafoon en precies 12,5 woorden zorgde dat iedereen vreedzaam bij hem aansloot om samen meerstemmig en met een traan zachtjes glijdend over een wang naar keuze Lennons Give peace a chance te gaan zingen.

Aan de andere kant waren er ook heel veel plaatsen waar geen rellen waren. Er waren zelfs veel en veel meer plaatsen in ons land waar niets te doen was op straat omdat de mensen daar daadkrachtig de koude van buiten meden. Waarom was dat niet een thema in het nieuws en de daaruit voortvloeiende praatprogramma’s? Dat kun je je afvragen. Het antwoord is bekend: journalistiek gaat in de regel over het uitvergroten van uitzonderingen. En dit kan helaas – allicht met alle goede bedoelingen – leiden tot de denkfout dat een bepaald voorval een oorzaak heeft in een algemeen heersende tendens. Berichtgeving stuurt doorgaans aan op een conclusie waarbij de mogelijkheid dat een gebeurtenis geen oorzaak heeft, maar op toeval berust, verzwegen blijft.

En wat kan er werkelijk gezegd worden over rellen, in het algemeen, als fenomeen? Mensen die daar vanuit een eerlijke overtuiging aan meedoen, doen dat omdat ze boos zijn. Om iets, over iets. En van boze mensen hoef je eigenlijk helemaal niet zo veel te vrezen. Mensen zijn juist boos omdat ze níet de macht hebben om iets te veranderen. Als ze dat waar ze zo boos om zijn konden veranderen, dan zouden ze dat gewoon even doen en was het voor hen niet meer nodig boos te zijn. Nee, extreem veel enger zijn die mensen die nooit aan boosheid toe hoeven komen en simpelweg de macht hebben om dingen naar hun hand te zetten. Mensen die boos zijn geven met hun boosheid dus aan machteloos te zijn. Mensen die nooit boos zijn, maar altijd zogenaamd redelijk, díe moet je juist argwanend benaderen – die zouden zomaar genadeloos dingen naar hun perverse believen kunnen wijzigen. En enkel snijden aan de oppervlakte is daarom niet altijd effectief – desondanks wordt er bij dit soort kwesties, heel toevallig, op een of andere manier keer op keer aangestuurd op symptoombestrijding.

Macht is niettemin een breed begrip, met lange uitlopers; ze is in bepaalde vorm te verwerven met diplomatie of leugenachtigheid of mengvormen daarvan. De wet van Mohr beschrijft dat mooi voor ons, toch? Mohr was een echte selfmade man. Hij was een politiek denker en raadsman van minstens twee Amerikaanse presidenten, en al meteen in zijn eerste boek gaf hij aan dat individuen zich juist in hun uitingen op het collectieve richten om dat wat ze persoonlijk wensen voor elkaar te krijgen – en ze kiezen hierbij zorgvuldig die overtuigingen die het meest overeenkomen met hun verlangens. Mohr benadrukte hierbij – en hij bestede hier een groot deel van zijn tweede boek aan – dat dit pleiten voor het eigen optimum puur op basis van rationele overwegingen plaatsvindt.

Overigens ontkent Mohr niet dat men iets ook minder dwingend en minder uitgestippeld kan proberen te bewerkstelligen. ‘Dat is wat we in de literatuur vragen noemen,’ zei hij ooit in een interview.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden