Foto:

Mihaescu-matrix

  Column

Een plaatselijk bedrijf hier dat de monitoring verricht bij trainingen voor het coachen van adviseurs heeft onlangs een regionaal record gebroken door maar liefst elf uur aan één stuk door te vergaderen. Wat een daadkracht! Wat een volharding! Dat er uiteindelijk niets besloten is, doet natuurlijk niets af aan de intensieve arbeid die door alle deelnemers aan de assemblee werd toegevoegd.

Nu is verslingerdheid aan vergaderen niet voor iedereen weggelegd. In veruit de meeste gevallen komt dit voort uit een aaneenschakeling van gebeurtenissen, waarvan alle overgangen – uiteraard – onvermijdelijk zijn. Het begint vaak met op een avond een keer of tien per ongeluk over een hond heen rijden, en dan is de volgende stap ongetwijfeld vandalisme, waarna je gaat roken, wat weer resulteert in het missen van de zondagsmissen, en de neerwaartse spiraal stevent dan onherroepelijk af, via geregeld vloeken, op een liefde voor zinloosheid en dus vergaderen.

Nou is het oorspronkelijke idee achter een overleg niet verkeerd, maar het komt in de praktijk maar al te vaak voor dat in zo’n bijeenkomst het hoogste woord wordt gevoerd door lieden die iets vinden terwijl ze niet eens weten wat ze aan het zoeken zijn. En, ja, je mag dingen vinden – het kan alleen doorslaan naar arrogantie als je dat vinden van je ook nog eens te pas en te onpas onmisbaar belangrijk vindt. Sowieso zijn zij die lang van stof zijn in de meeste gevallen simpelweg informatie aan het herhalen en/of van predicaten aan het voorzien die niet werkelijk ter zake doen en tevens niet per se van toegevoegde waarde zijn voor degenen aan wie de spraakuiting gericht is. Versierd taalgebruik kan beslist heel fraai zijn, maar het rijmt niet met het doel van een vergadering.

De wending naar het lange vergaderen (en dus het potsierlijke, inhoudsloze praten) is lastig te verklaren en wellicht zelfs een onbewuste revolutie te noemen. Er is namelijk in de jaren ’20 van de vorige eeuw een internationaal project in gang gezet met een focus op het gestructureerder maken van de communicatie (met name de spreektaal – voorheen sprak men veel meer in metaforen dan nu). Dit plan was gegroeid vanuit het militaire apparaat en zou de mondiale samenwerking tegemoet moeten komen. Het project werd geleid door de uit Moldavië afkomstige Amerikaan Mihaescu, en werd vooral (wat propagandistisch) naar buiten gebracht via de opkomende de media radio en – later – televisie.

Het manifest kent vijf standaardregels, de zogenaamde Mihaescu-matrix: 1. Communicatie moet ‘open’ aangeboden worden, wat min of meer betekent dat de onderliggende gedachte door de andere partij eenvoudig begrepen moet kunnen worden; 2. Er moet een mogelijkheid zijn iets aan de vorige uiting toe te voegen – elke uiting zou als het ware een platform moeten zijn voor een volgende; 3. ‘Verdichtingen’ moeten, waar het kan, worden vermeden – doelend op het gebruik van beeldspraak; 4. Het moet mogelijk zijn – in optimale gevallen – dat anderen overal kunnen inhaken in het gesprek; 5. Men moet praatgenoten niet lastigvallen met uitgebreide reflecties en evaluaties, maar men moet zich juist richten op hoofdlijnen.

En grappig genoeg lappen we tegenwoordig deze ‘werkinstructie’ juist bij niet-officiële, sociale gelegenheden een stuk minder aan onze laars.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden