Verschillende soorten vergassers
Verschillende soorten vergassers Waalres Erfgoed

Materiële Volkscultuur: ‘Vergassers’

Algemeen 367 keer gelezen

In 1852 vestigde de  familie Koster uit Twente zich in onze gemeente om een bedrijf op te zetten in bleken, een bewerking van zonlicht en bijenwas op textiel. Gebleekt textiel was aantrekkelijker (witter) dan ongebleekt. 

Het textiel kwam van lokale en regionale wevers. De bijenwas kwam van de vele imkers als bijproduct van honing. In onze gemeente werden bijen als hobby gehouden meester Everts en Graad Baltussen uit Aalst en Sjaak Lijesen en Noud van de Meerakker uit Waalre. Alles onder bescherming van St Ambrosius, de beschermheilige van imkers. Bijenwas is ook de natuurlijke brandstof voor de kaars, een lont in katoen omwikkeld met bijenwas. De lont wordt aangestoken, de was wordt vloeibaar en vergast, de temperatuur loopt op en vormt de vlam voor verlichting of sfeer.

*object 1 is ‘de Blaker’, een kandelaar met brede platte voet (schaaltje ) en voorzien van een oor als handvat. In de emaillen uitvoering. Het was een attribuut op elk nachtkastje.

*object 2 is een petroleumvergasser, als gereedschap voor de loodgieter. Door de vakman geroemd bij het solderen. Een klein beetje vloeistof wordt in het kommetje onder de brander aangestoken om voor te verwarmen en druk op te voeren, met de kraan werd de verwarmde petroleum voorzichtig toegelaten tot de brander en ontstoken.

*object 3 is een primus, voor kampeerders om in de vrije natuur een potje te koken. Ook dit is een petroleumvergasser met drukpomp. Op het schaaltje onder de brander wordt een beetje spiritus gedaan en aangestoken om de vergasser warm te maken. Vervolgens wordt de op druk gebrachte petroleum voorzichtig toegelaten door de kraan iets open te draaien waarna de brander ontsteekt en op druk gehouden door de pomp.

*object 4 is het ‘petroleumstel’, een vergasser, direct aan de pit zoals veel petroleumlampen. De pit (kous), in dit geval twee, hangt in de petroleum en zuigt door capillaire werking op naar de pitten en word daar aangestoken.

Brabants gezegde ( Mandos 223): ‘Als men op Lichtmisdag met een brandende kaars om ’t huis kan gaan, drinken de biemannen ’n fles’. 

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant