In veel dorpen wordt rond kerst de sfeer uit de boeken van Charles Dickens uitgebeeld met veel figuranten en theater. Het hoofdpersonage uit dit kerstverhaal is op zoek naar het originele boek van 'A Christmas Carol'. Foto: Ton van de Vorst
In veel dorpen wordt rond kerst de sfeer uit de boeken van Charles Dickens uitgebeeld met veel figuranten en theater. Het hoofdpersonage uit dit kerstverhaal is op zoek naar het originele boek van 'A Christmas Carol'. Foto: Ton van de Vorst (Foto: Ton van de Vorst)

Eerste drukte, een kerstvertelling

Egbert moest – om Maarten terug te steken – een statement maken met een cadeau eraan vast. Alhoewel, die ene keer dat hij de afgelopen jaren Maarten had gesproken was Maarten absoluut niet haatdragend of gemeen geweest. Nee, Maarten was eigenlijk altijd vriendelijk en charmant. Altijd. Egbert stond stil en verward ogend in de winkel. Hij had deze gedachte al eerder moeten onderdrukken; hij zat tegen het besef aan dat hijzelf degene was die de breuk had doen ontstaan, met z'n botte karakter, z'n geruzie en z'n mopperbuien.

"Hallo? Hallo, meneer?" riep een bebrilde jongen in rolstoel achter een bureautje. Aan zijn toon te horen riep hij niet de eerste keer.
Egbert schrok wakker en keek meteen met een soort minachting naar de jongen. "Kan ik u helpen?" vroeg de jongen. "Ik zoek A Christmas Carol," zei Egbert. "De Dickenstekst. De Dickensversie. Geen vertaling, maar Engels." De jongen lachte flauw naar Egbert. "U snapt niet hoe het hier is opgebouwd, hè?" zei hij, terwijl hij met zijn rolstoel van zijn bureau wegrolde. "Alle Franse boeken staan in die kast daar, ook de vertalingen. Maar niet de boeken van Frans Bauer, natuurlijk." De jongen zette een glimlach op en keek of Egbert moest lachen om zijn grapje. Egbert lachte niet. "Bij Engelse boeken is het wat lastiger," ging de jongen verder. "Daar zijn er veel meer van en die staan in die twee kasten daar." "Ja, ja, ik vind het wel," zei Egbert. "En alfabetisch, neem ik aan?" De jongen knikte en Egbert dook de hoek met Engelse boeken in. Na een minuut of tien stond Egbert weer voor de werktafel van de rolstoeler. "Is er niet, hè?" zei de jongen. "Wist ik. Pech voor u. Maar heeft u misschien wat over voor de minder valide medemens?" Hij pakte een collectebus van de hoek van zijn bureau en hield deze onder de neus van Egbert. Die blies door zijn neus en verliet de winkel.

Het was druk in de binnenstad. Het leek wel of de hele stad nog even boodschappen moest doen. Egbert haatte drukte. Hij kon er niet tegen. Maarten wel. Als het ergens druk was vroeger loodste Maarten Egbert erdoorheen. Dat maakte Maarten bijzonder. De weerzin tegen drukte maakte Egbert daarom niet bijzonder. Egbert had evenwel een gave om alles af te kunnen keuren. Zo had hij zichzelf ook de uitnodiging van Maarten zo negatief mogelijk uitgelegd. Tegelijkertijd was hij benieuwd naar het wel en wee van zijn oude vrienden en vond hij het bovendien spannend om Katja weer te zien. Misschien moest hij ook maar een leuk boek voor Katja kopen, dacht hij, toen hij voor de ingang van de grootste boekwinkel van de stad stond. Vier verdiepingen boeken waren het. Egbert keek omhoog, werd omgeduwd door een voorbijganger en viel op zijn knie. Het deed pijn en hij bleef liggen. Blijkbaar lag hij in de weg, want mensen deden de moeite om hem duidelijk te maken dat hij op moest flikkeren, dat hij een eikel was en dat hij de kanker moest krijgen. Egbert voelde zich slecht en zwak. Bijna werd hij door alle opwinding bevangen en viel hij flauw. Toen verscheen er een hand vanuit de menigte die hem omhoog tilde en hem naar een bankje bracht. Even later was Egbert weer voldoende bij zijn positieven om te merken dat degene die hem geholpen had niet meer in de buurt was. "Bedankt!" riep Egbert toch maar.

Zonder tegenzin verliet Egbert de overvolle stadskern. Hij had ervoor gekozen om niet via de grote toegangsweg naar het station te lopen maar juist via de kleine straatjes en steegjes. In dat blok moest nog ergens een ramsjwinkel zitten, wist Egbert. Hij had niet veel tijd meer. Als hij in de trein zou stappen zonder 'A Christmas Carol' kon hij naar zijn cadeau-idee fluiten. In die andere stad kende hij de weg niet en zouden de winkels al dicht zijn. Egbert mopperde op zichzelf dat hij tot vandaag had gewacht met het zoeken naar het boek. Een ander presentje kon hij eigenlijk niet bedenken.

Egberts zenuwen werden wat bedaard toen hij het uithangbord van Antiquariaat Karel Diks hoorde piepen. "Op hoop van zegen," zei Egbert en stapte het gebouw in. Binnen leek het alsof hij zelf niet eens hoefde te lopen. Hij werd als het ware bewogen en hij werd precies de goede kant op gestuurd. In een vloeiende beweging ging hij door de winkel. Naar een kast, naar een plank, naar de rug van een boek. Hij hield zijn hoofd scheef en kon het lezen: 'A Christmas Carol in Prose, Being a Ghost Story of Christmas'. Toen zag hij een hand die het boek pakte en het was niet zijn hand. Een meisjeshand. "Ik moet dat boek hebben," zei Egbert tegen het meisje. Het klonk natuurlijk raar en het meisje moest lachen. "Het spijt me," zei Egbert. "Maar ik ben al heel lang op zoek naar dat boek. Ik móet het gewoon hebben." "Maar ik wil het ook hebben," zei het meisje voorzichtig: "voor mijn broer." Egbert zweeg. Het meisje zweeg. "Neemt u het dan maar, als u het echt zo graag wilt," zei het meisje toen. Egbert nam het boek aan en voelde zich schuldig.
"Volgens mij heb ik achter nog een exemplaar liggen, hoor," zei een winkelmedewerker die de ongemakkelijke situatie had meegekregen. Egbert en het meisje keken elkaar hoopvol aan. Egbert liep naar de kassa om af te rekenen. Bij zijn eerste stap begon zijn telefoon te rinkelen. Het was Maarten. Hij moest bij Egbert in de buurt iets ophalen. Of Egbert dan niet gewoon meteen met hem mee kon rijden. Dan zou hij hem morgen wel weer thuis brengen. Want hij bleef toch slapen? Dan konden ze lekker lang drinken en over vroeger praten. "Dit wordt de beste kerst in zeker tien jaar, ouwe!" hoorde Egbert Maarten nog zeggen. Egbert was overdonderd, maar ook blij.
"Ja, hier heb ik nog een Christmas Carol," zei de winkelmedewerker, "maar dit is wel een erg duur exemplaar. Een vroege druk, ziet u." "Pak in, kerel, pak in," zei Egbert enthousiast. Hij zong het bijna. "Doe er ook een strik omheen. En ik reken af. Ik reken ze allebei af. En die dure, die mooie die is voor dat lieve, dat mooie meisje daar."
Even later hield de winkelmedewerker de deur open en liepen Egbert en het meisje naar buiten. "Nogmaals bedankt, meneer," zei het meisje. "En een prettig kerstfeest."

reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox