Logo weekbladdeschakel.nl


Bart J.G. Bruijnen
Bart J.G. Bruijnen

Column Bart Bruijnen: Peetmens

Ik ben nu zo oud als Marlon Brando was toen hij een rolletje in The Godfather vertolkte. (Deel een, uiteraard, want in deel twee is-ie al dood, en in deel drie nog steeds.) In die tijd waren allerlei zaken en dingen nog veilig en gezond die dat nu niet meer zijn; blijkbaar veranderen de eigenschappen van bijvoorbeeld eieren of achter in de auto zitten met het ronddraaien van de wijzers van de klok.

Maar Brando speelde dus een oude man in die film, terwijl hij toen zelf nog relatief jong was (al zeg ik het zelf). En hij deed het met verve. Wat oudere mensen oud maakt is niet altijd even goed te vangen. Mijn opa had bijvoorbeeld op latere leeftijd een overdreven grote partij wc-papier aangeschaft. Hij was bang dat hij het in zijn leven niet meer op zou maken, dus hij nodigde continu iedereen die hij kende uit om bij hem naar de wc te gaan. Brando zelf werd met het optellen van zijn leeftijd op zijn eigen manier excentrieker. Zo wilde hij – is mij verteld – ooit de Utrechtse Oudwijkerdwarsstraat, om maar eens een dwarsstraat te noemen, in z'n geheel kopen om die te verhuizen naar zijn privéeiland. Een aantal bouwkundigen heeft dit toen wegens gewetensbezwaren of iets met de lading daarvan tegen weten te houden.

Veruit de meeste mensen die ik ken vinden The Godfather (of Kummisetä, zoals de film in Finland genoemd wordt) overigens een haast onovertrefbaar meesterlijke film. Die mensen zijn blijkbaar (of immers) nogal gecharmeerd van de verheerlijking van georganiseerde misdaad. Mijn hond, een man en paard noemende en tegelijkertijd de kool en de geit sparende bedlingtonterriër, niet; die kan die film niet aanzien. Bovendien is hij als pup gebeten door een Spanjaard, en lui van dat soort zijn volgens hem niet te onderscheiden van Italianen.

Ze zeggen weleens dat Brando de eerste hipster was. (Vooral als je alle hipsters die voor hem kwamen even buiten beschouwing laat.) En dat hij de eerste baarddager was zonder zelfs een baard te dragen. Hij vertelde ooit in een interview dat hij die non-baard in een reeks van drie dromen had ontdekt (of 'vorm had gegeven', zoals hij het zelf liever noemde). De eerste nacht was het een voorspellende droom, de tweede nacht een verklarende, en de derde nacht was hij opgebleven om iets van Dickens op zijn dicteerapparaat te zetten.

reageer als eerste
Meer berichten