<p>Saskia Jansen: &#39;Je kan het zo mooi maken als je wilt&#39;.</p>

Saskia Jansen: 'Je kan het zo mooi maken als je wilt'.

(Foto: Rob Weekers)

‘Ik houd wel van lekker frunniken’

Waalre - Duizenden uren heeft ze inmiddels aan haar hobby gewijd. Saskia Jansen mag zich expert noemen in het kantklossen, een bezigheid die nog maar door een handjevol mensen wordt beoefend, maar die in vroeger tijden een bloeiende bedrijfstak was. “Ik houd wel van lekker frunniken.”

Door: Rob Weekers

Saskia Jansen is lid van Kantkring De Poffer in Den Bosch. Daar ziet zij het ledental van de vereniging teruglopen. Werd het kantklossen met name in de zeventiende eeuw nog beroepsmatig beoefend, tegenwoordig zijn het vooral hobbyisten die zich ermee bezighouden. “Maar onze vereniging is sterk aan het vergrijzen, dat is wel jammer.”

‘Over één centimeter kant doe ik soms wel een paar uur’

In het verleden was Jansen werkzaam in het onderwijs waar zij les gaf in handvaardigheid en handwerken. “Leuk om te doen.” Dat er op lagere- en middelbare scholen naailessen bijna niet meer op het programma staan, vindt Saskia Jansen toch wel jammer. “Terwijl het toch wel van pas kan komen als je een beetje handig bent met naald en draad. De meeste jongeren kunnen nog geen knoop aanzetten.”

De ogen zijn niet meer wat ze zijn geweest, maar met behulp van een vergrootglas lukt het de Waalrese nog prima om de fijnmazige patronen met behulp van garen en klossen te bewerken. In een hoek van haar woonkamer staat een tafeltje met daarop alles wat er nodig is om een fraai stukje kant te maken. Houten klosjes, spelden en fijn garen en een patroon, meer is er eigenlijk niet voor nodig. In de praktijk blijkt het een ander verhaal. Kantklossen is een secuur werk. Jansen: “Over 1 centimeter kant kan ik soms wel een paar uur doen. Voor mij is het lekker rustgevend.”

Veel geduld

Zoveel technieken, zoveel soorten kant. Soms met ingewikkelde patronen, met reliëf, soms met flinterdun garen. “Je kan het zo mooi maken als je wilt”, zegt Jansen. “Ik raad beginners aan om het niet al te ingewikkeld te maken. Daarna kun je stap voor stap je vaardigheid vergroten. Wat erbij komt kijken is vooral inzicht en veel geduld. Natuurlijk, ik maak soms ook wel een een fout. Dan is het een kwestie van herstellen en opnieuw beginnen. En wel meteen, want een fout, dat vind ik een rot gezicht.”

Tafellakens, onderzetter, armbanden, servetten, met kantklossen kun je maken wat je wilt, weet Jansen. Familie en vrienden dienen soms een verzoekje in, de kerstperiode blijkt populair. Een kanten kerstster, bijvoorbeeld. “Zo blijf ik lekker bezig, al moet het niet te makkelijk worden, ik wil wel een uitdaging blijven vinden”, zegt Jansen. Bij haar vereniging de Poffer zijn die er volop. “Soms doen we mee aan wedstrijden, dan zet je toch je beste beentje voor om iets speciaals te maken.” Jansen heeft een paar mappen waarin ze zorgvuldig haar kantwerkjes heeft opgeborgen. Dat blijken er indrukwekkend veel te zijn. Ze is dan ook al vanaf 1965 bezig met haar hobby. “Nee, het gaat me nooit vervelen. Zolang ik kan blijf ik ermee doorgaan.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden